Grotere woordenschat dankzij economische crisis

grotere woordenschat dankzij economische crisis

Ieder jaar komen er nieuwe woorden bij. Soms bewust bedacht, soms ontstaan door gebeurtenissen. Zo heeft de economische crisis onze woordenschat flink verrijkt. In ieder land heeft het namelijk een geheel eigen taal voortgebracht. Wat dacht u van het woord zombiebankiers, keurslijfeconomie en het woord eurocrisis zelf? Allemaal woorden die inmiddels onderdeel geworden zijn van ons ‘crisisjargon’.

Boek met nieuwe woorden of betekenissen

Maar niet alleen in Nederland wordt het crisisjargon veelvuldig aangevuld met nieuwe woorden. In Spanje heeft de crisis zelfs zoveel taalveranderingen opgeleverd dat de Spaanse Koninklijke Academie een geactualiseerd woordenboek uitbracht met daarin 200 (!) nieuwe woorden of betekenissen. En Portugezen ‘grandolaren’ tegenwoordig massaal: het betekent officieel ‘een minister toezingen met een revolutionair protestlied’, maar ook Portugese kinderen doen het nu tegen hun ouders als ze bijvoorbeeld niet willen eten of niet onder de douche willen. In Griekenland levert de crisis uitdrukkingen op, met daarin vaak zwarte humor om het hoofd te bieden aan hun aanhoudende problemen. Uitspraken of slogans van politieke leiders worden daar vaak ironisch gebruikt.

Effect op taal

De economische crisis heeft heel Europa de afgelopen jaren keihard getroffen. Ontslagen, protesten, een groeiende werkloosheid en faillissementen hebben voor een lange tijd het nieuws gedomineerd. Maar naast die keiharde getallen, zijn er dus ook andere manieren om het effect van de economische crisis op de maatschappij te meten. Het effect op onze taal bijvoorbeeld. Eigenlijk zouden we kunnen zeggen dat de crisis onze taal en woordenschat verrijkt heeft. Maar of dat nu zo’n goed teken is, vragen wij ons af.

Deel dit bericht via: