Germaanse talen

germaanse talen

Het Engels, Duits en Nederlands, alsmede het Deens en Zweeds behoren tot de Germaanse talen. Promovendus Femke Swarte ontdekte, dat een taal sneller wordt aangeleerd, als je er goed naar luistert. Nederlands kunnen vaak goed Duits en Engels verstaan, ook al spreken ze dit zelf niet. Ditzelfde geldt voor Denen en Zweden.

Promotie op onderzoek Germaanse talen

Femke Swart is in maart gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit in Groningen op het onderwerp “De onderlinge verstaanbaarheid tussen Germaanse talen”. Al jaren geleden werd duidelijk dat het kijken naar Duitse en Engelse televisiezenders zorgt voor een beter begrip van het Duits en Engels.

Meer over Germaanse talen

Algemeen wordt aangenomen dat de Germaanse talen zijn voortgekomen uit een gemeenschappelijke Indo-Europese vooroudertaal, het Oergermaans of Proto-Germaans. In Denemarken en Sleeswijk-Holstein, het stamland van de Germanen, werd zeker in het 2e millennium voor Christus al Germaans gesproken. Met de val van het West-Romeinse rijk begon de Grote Volksverhuizing, in de vierde eeuw na Christus. De Franken, een grote Germaanse stam, namen bezit van de Nederlanden ten zuiden van de grote rivieren, en ook van Frankrijk. Toch werd de Germaanse taal daar niet overgenomen en ontwikkelde zich daar de Romaanse taal Frans.

Zo ontstond de huidige taalgrens in België tussen het Germaans en Romaans. Wel vestigden zich enkele Frankische dialectische varianten van het Germaans in zuidelijk Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. In Brittannië werden de niet-Germaanse Kelten verslagen door de Angelen, Saksen en Friezen, de Germaanse stammen uit Denemarken, Noord-Duitsland en Noord-Nederland. Zij legden de bevolking aldaar hun regionale taal op. In Noorwegen en Zweden dreven de Germanen de Lappen steeds verder noordwaarts. Door deze expansie van het Germaanse gebied verdween de eenheid tussen de stammen en de talen die zich uit de dialecten hadden ontwikkeld.

Rond 500 na Christus wordt een driedeling onderscheiden; in Scandinavië woonden de Noord-Germanen, in de landen ten zuiden van Denemarken West-Germanen, en in Oost-, Zuidoost- en Zuid-Europa de Oost-Germanen.
(bron: Wikipedia)

 

 

Deel dit bericht via: